De middagworkshop van het Vfas-congres heet “in contact gaan en blijven”.

Het zaaltje stroomt vol. Op de achtergrond stroomt het verkeer op de A2 lekker door.

Op het laatste moment schuift bij ons aan tafel vooraan in de hoek nog een cursist aan.

De docente komt enthousiast op gang. Het gaat over mentale modellen. We bekijken allemaal onze omgeving met onze eigen bril, vanuit ons eigen referentiekader, daar komt het op neer. Ineens zie ik uit een ooghoek de laatkomer bladeren en strepen. Wat doet hij nou? Hij neemt zorgvuldig een dossier door, en kijkt af en toe even op als iets dat wordt gezegd dat even zijn aandacht trekt.

Ik breng mijn aandacht weer bij de les, maar een deel blijft bij de dossierman. Wat vind ik hier eigenlijk van? Is mijn zaak niet, moet hij zelf weten. Maar zo vlak onder de ogen van de docent? Uh, is dat normaal? Met de vanzelfsprekendheid waarmee hij dat doet lijkt het haast van wel. Ik ga me er niet druk om maken. Wat zou ik zelf doen als ik docent was? Ik zou hem er hem mee confronteren. Maar dan is wel de hele les verpest, daar kom je haast niet meer overheen. Maar negeren? De docente moet dit toch zien, zo ijverig als hij in zijn dossier bladert. Maar ze laat niks merken. Ik maak oogcontact met de buurvrouw. Er is verstandhouding.

Dan wordt het onderwijs interactief. Onze tafel moet in gesprek over mentale modellen. Dat is mooi, dan kan ik luchtig vragen of zijn dossierstudie wel ethisch is. Zo onder de neus van de docent. Is dat respectvol? Het is bijna onbeschoft geeft de advocaat toe. Maar ik doe het wel. Waarom ga je dan vooraan zitten? Achteraan was geen plek meer. En niemand heeft er last van.

Zijn tafelgenoten echter wel, want de term waar het hier om draait heeft hij niet begrepen. Niet opgelet. Wat is een mentaal model? De docente spreekt hij daar nog vriendelijk en charmant op aan, en hij concludeert dat die term veel simpeler kan, “gewoonte”, waarom zo moeilijk?

Dan volgt het kernkwaliteitenspel in wat groter verband. Met een kwinkslag en inzet van nog meer charme doet hij actief mee.

Even later praat onze tafel weer na. Hij heeft niets met die vaardigheden, hij doet misschien 1 mediation in de drie jaar, dus wat een onzin eigenlijk.

Dus hij doet het altijd zo, werken onder de training. Op de achterste rij.

Een dag eerder in de centrale presentatie hoorde ik dat wij als vFAS met duizend zijn en daarom met zijn allen het grootste echtscheidingskantoor. En wij hebben al die vaardigheden wel, die die vervelende concurrenten allemaal niet hebben.

En sommigen hebben die vaardigheden van nature.