Onder ‘vreemdelingenrecht’ vallen alle problemen die te maken hebben met mensen die geen Nederlandse nationaliteit hebben, zoals asielzoekers of vluchtelingen, maar ook niet-Nederlanders die in aanmerkingen willen komen voor gezinshereniging of gezinsvorming.

Aanvragen verblijfsvergunning
Als iemand getrouwd is met een niet-Nederlander moet voor die laatste een verblijfsvergunning worden aangevraagd. Dat begint met een aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het land van de vreemdeling zelf. De aanvraag wordt naar Nederland gezonden waarna de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND) deze onderzoekt. Als iemand aan de voorwaarden voldoet kan de vreemdeling naar Nederland reizen waarna in Nederland een verblijfsvergunning kan worden aangevraagd. Is het oordeel van de IND negatief, kunt u hiertegen bezwaar maken en eventueel in een later stadium in beroep gaan bij de rechtbank.  

De referent (bijvoorbeeld de partner, ouder, werkgever) die in Nederland is kan ook in Nederland de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf doen voor de vreemdeling.

In veel gevallen moet de persoon die in het buitenland verblijft en naar Nederland wil komen een inburgeringstoets doen. Dit geldt echter niet voor Turkse onderdanen.


U bent al in Nederland
Een specifiek probleem doet zich voor als de vreemdeling al in Nederland is. Dan wordt toch de eis gesteld dat de aanvraag in het buitenland wordt gedaan. In heel bijzondere gevallen kan er dan vrijstelling worden verleend van het MVV-vereiste zodat de vreemdeling niet eerst terug hoeft naar het land van herkomst. Gronden voor verlening van vrijstelling zijn " humanitaire gronden"  of "schending van artikel 8 EVRM"; het recht op gezinsleven.

Intrekking van de verblijfsvergunning
Soms heeft iemand een verblijfsvergunning voor verblijf bij een partner, maar loopt het huwelijk of de relatie stuk. Als dit binnen vijf jaar na het verlenen van de verblijfsvergunning gebeurt, wordt de verblijfsvergunning in principe ingetrokken. Alleen als er ‘bijzondere omstandigheden’ zijn,  kan ook binnen die vijf jaar een 'voortgezet verblijf' worden aangevraagd. Als er een andere grond is voor een verblijfsvergunning dan een relatie of huwelijk, kan wijziging van de beperking worden aangevraagd. Als dit binnen twee jaar na afloop van de verblijfsvergunning wordt gedaan dan hoeft men niet eerst terug naar het land van herkomst voor het aanvragen van een MVV. Indien er kinderen zijn en er is sprake van gezinsleven, dan kan artikel 8 EVRM, het recht op gezinsleven, een uitkomst bieden.

Voor meer informatie over verblijfsmogelijkheden is het raadzaam eerst de website van de IND te bestuderen: www.ind.nl


Lees meer over:

  • Naturalisatie
  • Wijziging gegevens gemeentelijke basisadministratie
  • Vluchtelingenrecht
  • Vreemdelingenbewaring
  • Strafzaken (gepleegd door vreemdelingen)